dinsdag 31 januari 2012

Toespraak uitreiking Meest Verdienstelijke Lokeraar aan Tom Audenaert: 'Blinde Jozef grijpt naar de keel'

Geachte heer Audenaert, beste Tom, beste familie,
Ook welkom aan de mede-hoofdrolspelers Robrecht Van der Thoren en Gilles De Schryver,
Beste collega’s uit schepencollege en gemeenteraad,
Voorzitters en Bestuursleden van onze Adviesorganen,
Beste gewezen Meest verdienstelijke Lokeraars,
Geachte aanwezigen,

Vandaag reiken we de zestiende trofee voor ‘Meest verdienstelijke Lokeraar’ uit. De zestiende al. Het rijtje namen is ondertussen indrukwekkend, met een aantal serieuze kleppers tussen.

Een tijdje geleden heb ik het genoegen gehad om alle Meest verdienstelijke Lokeraars te interviewen voor een interviewboek. Daaruit is gebleken hoe passioneel zij allemaal met hun ding bezig zijn en hoe inspirerend ze zijn, elk op zijn of haar manier.

Met onze kersverse Meest verdienstelijke Lokeraar, Tom Audenaert, is dat niet anders.
Tom is een rasechte Lokeraar. (Alhoewel hij tegenwoordig veel bij zijn lief zit in Gent) Alvorens aan De Kleine Academie in Brussel zijn acteursdiploma te gaan halen studeerde hij aan het Atheneum hier in Lokeren. Het atheneum, de hofleverancier van extreem talent (ik ben daar ook geweest), maar ook Chris Van den Durpel en Willy Linthout bijvoorbeeld, zijn naar ’t Atheneum geweest.


Maar er zijn opvallend nog meer gelijkenissen tussen Tom en vorige laureaten van onze trofee. Tom, heb ik me laten vertellen, heeft in zijn heel jonge jaren nog bij Theater WEB gespeeld. Dat was de jong-volwassenengroep van De Sinfra’s. Toen was al duidelijk dat hij de theatermicrobe te pakken had en dat hij zijn weg zou zoeken in de theaterwereld. Ook Chris Van den Durpel zette in zijn jeugdjaren zijn eerste toneelstappen bij De Sinfra’s. De Sinfra’s is natuurlijk ook de toneelvereniging die jaarlijks het Parktheaterfestival mee organiseert. Zo hangt dat allemaal aan mekaar hier in Lokeren.

Maar laat ik terugkeren naar onze huidige laureaat, Tom.
Tom is amper 32, maar heeft al heel wat watertjes doorzwommen, heeft al heel wat acteerprestaties op zijn palmares. Wie de film Hasta la Vista heeft gezien mag dat zwemmen zelfs letterlijk nemen.

Tom drong dit jaar op een wel heel eigenaardige manier onze huiskamers binnen. Als levende trompet vertolkte hij in een TV-spot voor Jazz Middelheim enkele jazz-klassiekers. Caravan en Mack the Knife, als ik me niet vergis. Bij de mannen van Boss Ross gaat er nu ongetwijfeld een belletje rinkelen. Misschien kan Tom samen met ons orkest straks eens een demonstratie geven (samen met Jerome ?).

Ook in de hilarische spots voor Win for Life dook Tom op. En op het witte doek was Tom al te zien in de Helaasheid der dingen en in het najaar zal hij te zien zijn in The Broken Cirkel Breakdown, de nieuwe film van Felix Van Groeningen. En dit aan de zijde van niemand minder dan Veerle Baetens – je kan het slechter treffen.

Ook het theater kent voor Tom geen geheimen, hij werkte mee aan verscheidene producties. Onmiddellijk na zijn afstuderen trok hij door Europa met het straattheatergezelschap Compagnie Bizar. Sinds 2008 speelt hij de rol van keizer Duncan bij theater Leporello in Macbeth-branding. Ze trokken ermee naar het prestigieuze festival van Avignon.

Op televisie vertolkte Tom gastrollen in Willy’s en Marietten aan de zijde van Bart – miauwkes - De Pauw en de Neveneffecten. In Spoed, Hallelujah en Neveneffecten dook hij ook op, evenals in enkele kortfilms. Binnenkort is hij te zien in de nieuwe tragikomische televisieserie Quiz me Quick naar een scenario van Bart De Pauw. Tom zal er een hoofdrol in vertolken. Ik heb me laten vertellen dat hij er zelfs in geslaagd is om Tine Embrechts het Lokers dialect aan te leren. Van een Lokers ambassadeur gesproken.

Ik wil overigens ook de hele familie Audenaert bij deze hulde betrekken. Ook de ouders, Etienne en Marleen, hebben al vele mooie dingen voor Lokeren gedaan. In het bedrijfsleven, en recenter in functie van 'tennissend Lokeren'.

Maar, dames en heren, uiteraard is de grootste aanleiding om Tom deze prijs toe te kennen jouw werkelijk schitterende vertolking van de blinde Jozef in de succesfilm Hasta la Vista. Iedereen weet waarover ik het heb, de film kaapte sinds de première in Oostende tal van prijzen weg: de hoofprijzen op het Montréal World Film festival in Canada en het Valladolid International Filmfestival in Spanje, recent ook in Alpe D’Huez dacht ik . De film is inmiddels verkocht aan niet minder dan twintig landen.

Het taboeverbrekende verhaal is ondertussen gekend. Drie jonge mannen, allemaal met een handicap, besluiten naar Punta del Mar in Spanje te reizen, samen met hun begeleidster. Ze zijn zot van wijn en zot van vrouwen.

Spijtig genoeg hebben ze grotendeels omwille van hun handicap enkel nog maar van de wijn geproefd. Daar willen ze verandering in brengen. Ze besluiten om in Spanje, in een gespecialiseerd bordeel, El Cielo, hun maagdelijkheid te verliezen. Een zwaarwichtig thema, zegt u ? Wie de film heeft gezien staat versteld van de hoeveelheid humor, ondermeer door de zelfspot van de drie jonge mannen, waarmee dit onderwerp wordt aangepakt. Steeds respectvol.

Het is een film die inderdaad het recht op seksualiteit voor andersvaliden aankaart, maar de film is zoveel meer dan dat. Het is een roadmovie over vriendschap, over samen reizen, over scoren bij de vrouwen. Dat alles bij elkaar maakt de film voor zowat iedereen herkenbaar.

En Tom, sta me toe te zeggen, dat jouw aandeel in één van die drie – of laat ik zeggen vier – hoofdrollen verbluffend is. De regisseur zou aanvankelijk met gehandicapten werken voor de vertolking van de rollen. Uiteindelijk is hij daarvan afgestapt. Het lijkt me niet eenvoudig om in een dergelijke rol te kruipen. We weten dat je je heel secuur op deze rol hebt voorbereid. Toen ik de film zag, was ik stomverbaasd. De manier waarop je de warme, rechtvaardige en blinde Jozef neerzet kan niet anders dan de kijker bij de keel grijpen. Dat heb je dan ook gedaan. Ik moet ver in mijn geheugen teruggaan om een mooier filmkoppel te vinden dan de naar elkaar toegroeiende Isabelle De Hertogh – die de rol van Claude speelt – en jij als blinde Jozef in deze film.

De rol was ook niet zonder risico heb ik begrepen. Tijdens de eerste draaidag moest je een ferme tuimel in het water maken. ‘Had ik dan iets gebroken’, beken je in de extra’s op de DVD, ‘kon ik de rest van de draaidagen op mijn buik schrijven.’

Beste Tom,
Ik heb begrepen dat je heel veel plezier hebt beleefd aan het draaien van de film. Maar wees gerust: duizenden filmliefhebbers hebben dat ook gedaan.
In mijn persoonlijke naam wil ik je van harte proficiat wensen en jou mijn interviewboekje met jouw vijftien voorgangers overhandigen. In naam van het stadsbestuur en heel Lokeren overhandig ik jou de trofee ‘Meest verdienstelijke Lokeraar ‘, een kunstwerk van Sofie Müller. Proficiat !

Beste Tom, we gaan seffens een wijntje drinken. Voor wie de film heeft gezien: eentje met stevige tannines !

Proficiat !
Filip Anthuenis

donderdag 22 december 2011

Lokeren, blakend van gezondheid

De Lokerse stadskas blaakt van gezondheid. Dat zeggen burgemeester Filip Anthuenis en schepen voor Financiën Peter De Witte met gepaste fierheid. “We hebben onze stad bestuurd als een zuinige en voorzichtige huisvader. Veel steden en gemeenten hebben het zeer zwaar om de eindjes aan elkaar te knopen. Door ons voorzichtige beleid van de laatste jaren kunnen wij de toekomst met een gerust hart tegemoet zien. We kunnen al onze investeringen in 2012 zelfs met eigen geld bekostigen, zonder één euro te hoeven lenen.”


Het laatste budget van de lopende bestuursperiode is een moment om terug te kijken op de evolutie van de afgelopen jaren. “Het budget 2012 is het laatste echte budget van de huidige bestuursploeg. Het budget 2013 zal slechts een overgangsbudget zijn, in afwachting van het aantreden van een nieuwe bestuursploeg.”

In de afgelopen 5 jaar heeft Lokeren 75 miljoen euro geïnvesteerd. “Nooit eerder in de Lokerse geschiedenis is er zoveel geïnvesteerd in één bestuursperiode. En wat belangrijker is: we hebben dat gedaan zonder de financiële gezondheid van onze stad aan te tasten. De Lokeraar kan duidelijk zien wat er met zijn belastinggeld gebeurd is: de nieuwe Markt, academie, fuifzaal (zie foto) en school Staakte zijn maar een paar van de meest in het oog springende realisaties. Intussen zijn we er ook nog in geslaagd om onze leningslast te halveren, van 12,35% tot 6% van de totale lasten die de stad moet dragen. In het Vlaamse Gewest daarentegen, besteden gemeenten gemiddeld de helft van hun inkomsten aan het afbetalen van hun schulden. We beheersen ook onze werkingskosten goed, en omdat we samen met het OCMW aanbestedingen organiseren o.a. voor energie, verzekeringen en ICT kunnen we daar heel wat geld besparen.”

Zilverfonds

Lokeren is erin geslaagd om de leningslast zwaar terug te dringen, terwijl veel steden en gemeenten die alleen maar zagen stijgen. Peter De Witte en burgemeester Anthuenis: “We hebben dat kunnen doen omdat we drie jaar lang de investeringen grotendeels met ons eigen geld hebben betaald, zonder leningen te hoeven opnemen.”

In 2008 heeft het stadsbestuur de belastingvoet van 8% naar 7,5% verlaagd. “In in 2007 al, toen de discussie over de betaalbaarheid van de pensioenen lang niet zo scherp was als nu, hebben we 7,03 miljoen euro in een lokaal zilverfonds gestopt, om de verhoogde pensioenbijdrages van de stad voor zijn personeel te kunnen opvangen. Wel, daar hebben we nog geen euro hoeven uit te halen. Die belegging is intussen 8,3 miljoen euro waard.”

stadskas kerngezond

De thesaurietoestand – de stand van rekeningen en beleggingen - van de stad is tussen januari 2007 en december 2011 met meer dan een derde gestegen, van 31 miljoen euro naar 44 miljoen euro. “Lokeren heeft een zeer hoge investeringsgraad in vergelijking met vergelijkbare gemeenten en zelfs met het hele Vlaamse Gewest”, meldt de schepen. “Tegelijk ligt de belastinggraad lager dan het gemiddelde. Opvallend is ook dat wij in Lokeren nagenoeg alle investeringen die gepland zijn, ook effectief uitvoeren. Veel gemeenten realiseren nauwelijks de helft van wat ze plannen.”

Wat brengt 2012?
Voor de begroting 2012 zelf heeft het bestuur ervoor gekozen om het gecumuleerd resultaat van 7.797.685 euro te laten dalen tot 5.815.693 euro om aldus met eigen middelen alle investeringen te kunnen financieren.

Vooral de personeelsuitgaven zijn gestegen, door het opbouwen van een tweede pensioenpeiler voor de contractanten, een verhoging van 1% op de totale bruto loonmassa. De werkgeversbijdrage voor statutairen is verhoogd met 2%. En vanaf april 2012 is er een indexverhoging in het vooruitzicht. “Tegelijk hebben we het bedrag van de maaltijdcheques voor ons personeel verhoogd met 0,5 euro, tot 5 euro.”
De werkingskosten blijven in 2012 ongewijzigd t.o.v. 2011.

Investeringen
De zwaarste investeringsdossiers zijn uiteraard al lopende, maar toch staat er in 2012 nog heel wat opmerkelijks op het programma. Een greep:
• 62.000 euro – aanstellen projectregisseur Hoedhaar
• 135.000 euro – installeren camerabewaking SAMW
• 100.000 euro – installeren camerabewaking sportcomplex
• 190.000 euro – nieuwe materiaalwagen voor de brandweer
• 125.00 euro – materieelcontainer voor de brandweer
• 715.000 euro – collector Daknamdorp (dossier samen met Aquafin)
• 245.000 euro – aankoop van een vrachtwagen met een containersysteem voor het stadsmagazijn
• 178.000 euro – aankoop van een shelter voor het evenementenplein op de Markt
• 100.000 euro – aanleg van een Finse looppiste
• 600.000 euro – herbouwen van de molenaarswoning op Heirbrug.

Al die investeringen kunnen door de stad betaald worden zonder daarvoor te hoeven lenen.

vrijdag 18 november 2011

Toespraak voor Resoc: 'Binnen vier jaar tal van nieuwe bedrijven aan het Lokerse firmament'

Mevrouw de minister,
Mijnheer de voorzitter van Resoc Waas & Dender (collega Vlaams Volksvertegenwoordiger, Bart),
Mijnheer de directeur van de nationale bank (ere-burgemeester van Dendermonde), Mijnheer de gedelegeerd bestuurder van de VDAB,
Geachte dames en heren volksvertegenwoordigers, burgemeesters, schepenen, provincie-, gemeente- en OCMW-raadsleden,
Beste vertegenwoordigers van de sociale partners, intercommunales, sociale huisvestingsmaatschappijen,
Beste Resoc-vrienden,
Geachte aanwezigen,

Vooreerst wil ik even benadrukken dat ik het een hele eer vind om hier te gast te mogen zijn op dit streekevent van Resoc. Het is nog een grotere eer voor ons en voor mij, als burgemeester van Lokeren, dat jullie onze stad hebben uitgekozen voor het Streekevent 2011. Ik heet jullie dan ook allemaal van harte welkom in onze prachtige stad Lokeren, in dit moderne, fris en prachtig gerenoveerd Educam-opleidingcentrum, het Educam-gebouw dat we hier enkele maanden geleden mochten openen.

Ik trap ongetwijfeld een open deur in als ik stel dat het bange economische dagen zijn voor Vlaanderen en België, voor Europa ook. Er is de financiële crisis, de onduidelijkheid en onzekerheid over de euro en Europa in zijn totaliteit. In België zitten we nog steeds uit te kijken naar een nieuwe regering. De uitdagingen die ons te wachten staan zijn enorm. Dat zal ongetwijfeld nog aan bod komen bij de volgende sprekers.

Ik zou het bij wijze van inleiding even kort willen hebben over de specifieke situatie van onze regio en meer specifiek van mijn stad, van Lokeren.

De economische evolutie in onze streek, in het Waasland … kennen we allemaal. Traditioneel werd er hier heel wat in de textielsector gewerkt, een sector die de laatste jaren, de laatste decennia, harde klappen heeft gekregen. Ook Lokeren was daar het slachtoffer van. Begin vorige eeuw was Lokeren een florissante textielstad. Lokeren specialiseerde zich vooral in de vellennijverheid, de haarsnijderij en de hoedennijverheid. Bij die activiteiten werden overigens enorme hoeveelheden kwik gebruikt. Met alle gevolgen vandien. Die kwik zat en zit soms nog in de bodem. Lokeren werd in die tijden overwoekerd met sterk vervuilende kwikdampen. De mensen maalden daar niet om, het was hun broodwinning. We kunnen ons dat vandaag de dag niet meer voorstellen.

Voor de geïnteresseerden: de haarsnijderijen waren een voorbereidende industrie voor de hoedenfabricatie waarbij het haar van konijnen en hazen werd versneden. Lokeren was in de vorige eeuw een echt wereldcentrum van de haarsnijderij, met tientallen haarsnijderijfabrieken, en klanten over de hele wereld. In ons stadsmuseum, ons recent volledig gerenoveerde stadsmuseum, brengen we overigens een ode aan deze oude industrie, een aanrader. (Ik mag toch wat reclame maken, hé).

Maar zoals gezegd, langzamerhand verdween dus de textielnijverheid, verplaatste die zich naar lageloonlanden, een evolutie die we allemaal kennen. Sindsdien kreeg Lokeren te kampen met een vrij hoge graad van werkloosheid.

Vandaag ben ik toch blij dat ik hier voor Resoc mag stellen dat we na zoveel jaren stevig uit het dal aan het kruipen zijn.

Lokeren is zeker geen stinkstad meer. Op de locaties van de textielbedrijven van weleer verrezen en verrijzen mooie, propere woonprojecten. Lokeren wordt – voor zover ze het nog niet is – een prachtige stad met mooie straten, mooie pleintjes, met veel groen. Wij trekken enorm veel jonge gezinnen aan. We bereiken binnenkort de kloof van 40.000 inwoners.

Ik wil ook vandaag toch ook even het specifiek en groots stadsvernieuwingsproject Hoedhaar vermelden. Waar ooit de fabriek Hoedhaar was gevestigd, een haarsnijderijbedrijf, wordt in een binnengebied van maar liefst 8 hectare een aantrekkelijke woonsite (zo’n 250 wooneenheden) gepland gecombineerd met een heus park, alles erop en eraan. Een pps-project waarbij naast privé-partner Van Roey ook Ovam, Interwaas en het stadsbestuur betrokken zijn. Ik zou heel uitdrukkelijk, mevrouw de minister, de Vlaamse Regering willen danken voor de steun m.b.t. dit project want wij vielen in de prijzen n.a.v. “Thuis in Stad”.

Maar zoals gezegd, op economisch vlak, het domein dat ons hier vanavond bindt, gaat het dus beter in Lokeren. Het economische gebeuren stopt natuurlijk niet aan onze stadspoorten. Het is geen Vlaamse, Belgische of zelfs Europese aangelegenheid, het is een wereldgebeuren. Een overheid kan economisch gezien vaak enkel economische randmaatregelen nemen.

Maar toch denk ik, dames en heren, dat een stad wel degelijk een aantal maatregelen kan nemen die de economie en de tewerkstelling ten gunste beïnvloeden. De opeenvolgende stadsbesturen hier hebben de laatste dertig jaar enorme inspanningen gedaan om industrieparken uit te bouwen. Los van de tewerkstelling in het centrum zijn er ondertussen meer dan 4.000 mensen tewerkgesteld in onze industrieparken (Rozen, N70 en E17). Dat is niet niks, maar de inspanningen moeten verdergezet worden. En dat doen we dan ook. We plannen nog een verdere uitbreiding van een 50-tal hectare industriegrond. We schatten dat er binnen 3 à 4 jaar wederom tientallen nieuwe bedrijven hier in Lokeren aan het firmament zullen verschijnen. We zitten nog met één probleempje, en dan richt ik mij even naar onze minister, er zou voor deze economische ontwikkeling een rotonde moeten komen ter hoogte van het afrittencomplex aan de E17. Wees gerust, mevrouw de minister, die rotonde staat in de steigers, dankzij u en uw diensten, maar het geld moet nog definitief vrijgemaakt worden. Ook daar staan alle lichten op groen, maar mag ik u vragen om eventueel nog een laatste duwtje te willen geven. Lokeren en onze streek zal u eeuwig dankbaar zijn.

Dames en Heren,
Ondanks de enorme uitdagingen die er op economisch vlak spelen ben ik ervan overtuigd dat wij, dat jullie, - politici, sociale partners, bedrijfsleiders, - over voldoende creativiteit en geestdrift beschikken om rooskleurig naar de toekomst te kijken. We moeten dat weloverwogen doen, maar ook met de nodige durf en panache. In het belang van de mensen, van de werknemers, de klanten, in het belang van de mensen die het wat moeilijker hebben ook.

Met deze positieve boodschap zou ik willen afsluiten. Ik wens u allen een interessante en vruchtbare avond toe. Een avond waarop u heel veel inspiratie kan en mag opdoen. Ik dank u.

Filip Anthuenis, Burgemeester

maandag 14 november 2011

11 november: 'Herinnering aan WO I op respectvolle manier intact houden'

Wij zijn hier samen om de twee wereldoorlogen te herdenken, die ook onze stad in een wurggreep hielden. We doen dit traditioneel elk jaar op 11 november, de datum waarop in 1918 de wapens zwegen. Een dag als deze biedt ons de gelegenheid hulde te brengen aan die vele mensen die zich inspanden om onze democratie en vrijheid te vrijwaren.

Lokeren besteedt terecht veel aandacht aan dat verleden. Tijdens de voorbije Open Monumentendag, op 11 september, kon je in Lokeren, meerbepaald in onze deelgemeente Eksaarde een bunker uit de eerste wereldoorlog bezoeken. Het is een restant, een getuige, van de bloedige strijd die vier jaar heeft geduurd.

Lokeren telt heel wat van die materiële getuigen. Allen al de twaalf bunkers van de Hollandlinie in Eksaarde, die door de Duitse genietroepen werden gebouwd, tonen aan dat Lokeren een rol speelde in die Groote Oorlog. Vele Lokeraars weten het misschien niet, maar Lokeren was tijdens de eerste wereldoorlog de hoofdstad van een Kommandatur, een militair-administratieve indeling die liep van Doel tot Zeveneken.
Ook op andere manieren blijft in onze stad de herinnering aan de eerste wereldbrand levendig. Eksaarde was de plaats waar veel smokkelaars verzamelden alvorens op pad te trekken om de Nederlandse grens over te steken. Bepaalde plaatsnamen verwijzen hier nog naar en iedereen heeft al wel eens een al dan niet aangedikt smokkelverhaal te horen gekregen.

Bovendien werd er in Lokeren rond de spoorlijn Lokeren-Zelzate gevochten omdat Engelsen en Duitsers er met elkaar in conflict kwamen. Hierdoor staan er op de begraafplaats van Eksaarde enkele Commonwealth War graves en ook enkele Duitse grafstenen.

Het is misschien ook passend hier vandaag te vermelden dat het stadsbestuur de opdracht heeft gegeven om het oorlogsmonument in Eksaarde op te kuisen, te herstellen en restaureren. Dat zal gebeuren in de late winter of de vroege lente. Zoals gezegd, het stadsbestuur houdt eraan de herinneringen aan de eerste Wereldoorlog op een respectvolle manier intact te houden.

Dames en Heren,
11 november is natuurlijk meer dan een gedenkdag. Het is ook een dag van hoop,zeg maar. Een dag waarop we via de nare ervaringen uit het verleden een blik op de toekomst werpen, een toekomst die we rooskleurig moeten inzien.
Ik geef toe, de omstandigheden om de toekomst rooskleurig tegemoet te zien zijn niet ideaal. Er is de fameuze financiële crisis, de onduidelijkheid en onzekerheid over de euro, en Europa in zijn totaliteit. In België kijken we nog steeds uit naar een nieuwe regering. Ik herinner mij dat ik dat vorig jaar, hier op 11 november, ook gezegd heb. We zijn een jaar verder en er is nog geen regering.

Maar ik zou toch een positieve boodschap willen brengen vanuit Lokeren. Namens het stadsbestuur, namens en voor alle Lokeraars. Want in Lokeren zitten we op schema. Lokeren draait als nooit tevoren. Wij hebben de afgelopen jaren massaal geïnvesteerd in onze stad, geen zotte dingen gedaan, geen financiële avonturen. Wij hebben niet meegedaan met de onwaarschijnlijke Dexia- en Gemeentelijke Holding-beloftes. Nee, wij hebben een zuinig beleid gevoerd, we zijn er zelfs in geslaagd om de belastingen wat te doen dalen en de leningslast gevoelig te verminderen… en, vrienden, we hebben de centen van de Lokeraars gebruikt om de stad erop vooruit te laten gaan. Geruchten vanuit de regeringsonderhandelingen doen de ronde dat ook de steden en gemeenten mee zullen moeten helpen om de 10 miljard euro te overbruggen want we leven met z’n allen in België 10 miljard euro boven onze stand. Wel, we zien deze besparingsgolf voor de gemeenten liever niet gebeuren natuurlijk, maar zelfs dat zou de Lokerse stadskas overleven.

Op deze manier wil ik de boodschap van 11 november uitdragen, als een dag van hoop, een dag waarop we terugdenken aan de gruwel van het verleden maar tegelijk als een dag waarop we de moed vinden om aan een steeds betere toekomst te werken. Een betere toekomst voor de wereld, voor Europa, voor ons land en onze regio, maar ook en vooral voor onze prachtige stad Lokeren. Waarbij we de verantwoordelijkheid niet van ons afschuiven maar zelfs in ons ‘kleine’ Lokeren, op onze schaal, de stier bij de horens durven te vatten en tot daden en actie over te gaan.
Men kan van ons veel zeggen, maar niet dat we op onze luie krent hebben gezeten.

Ik dank u en wens u nog een prettige dag toe.

(Vooraleer het glas te heffen wil ik ook nog meedelen dat onze stad vandaag ook de 11.11.11- actie steunt. Ik wil ook onze stadsharmonie van harte proficiat wensen met hun Cecilia-viering)

maandag 24 oktober 2011

Toespraak 40 jaar De Sinfra's: 'The best is yet to come !'

Veertig jaar worden kan je op twee manieren bekijken: of het beste is eraf, of het beste moet nog komen. Beseffende dat het bij een vereniging een beetje gaat zoals in de economie – een afwisseling tussen hoog- en laagconjuncturen – denk ik dat de waarheid voor de Sinfra’s ergens in het midden ligt.
Enerzijds hebben ze prachtige jaren achter zich liggen – veertig dus -, anderzijds staan ze op het toppunt van hun kunnen. Dat belooft dus voor de toekomst.

Een vereniging veertig jaar laten bestaan, dat is niet simpel. Er komt heel wat bij kijken: organisatorisch, intermenselijk, financieel, enzovoort. In een basketbalclub wordt niet alleen gebasket, in een harmonie niet alleen muziek gespeeld. Achter de hobby of het uiteindelijke doel schuilt een hele structuur met een waaier aan nevenwerkzaamheden. In een toneelvereniging geldt dat ook natuurlijk. Decors moeten gebouwd worden, er moet naar sponsors op zoek gegaan worden, infrastructuur moet gereserveerd worden, er moeten kostuums gemaakt en /of gehuurd worden, de boeken moeten gedaan worden, allerlei relaties moeten onderhouden worden, enzovoort… Een vereniging die dat allemaal – veertig jaar lang – kan organiseren, met de juiste pionnen op de juiste plaats, verdient het grootste respect. Mensen vinden die zich willen inzetten voor het verenigingsleven is al niet eenvoudig, in Lokeren speelt dan nog het feit dat de stad acht toneelverenigingen kent op haar grondgebied. Prachtig, natuurlijk, maar gezien de beschikbare man- of vrouwkracht niet altijd eenvoudig natuurlijk.

Beste Sinfra-vrienden,
Zonder dat organisatorisch – laat ik eens een toneelterm gebruiken – achter de schermen-werk waar ik het net over had, stapt er niemand voor het voetlicht de scène op. Ode aan al die mensen achter de schermen dus.


Maar toneelspelen – het toneelspelen zelf – daar is het jullie uiteraard om te doen, daar is het ook het publiek om te doen.

Veertig jaar lang dus, spelen jullie toneel. Twee voorstellingen door de volwassenen in de theaterzaal van het Cultureel Centrum, en één jeugdproductie in de Torenzaal.
Het begon allemaal in de zaal van de paters met het stuk ‘Verwikkelingen in Grand Hotel’. We schrijven 1971. Als ik jullie website mag geloven, en waarom zou ik dat niet doen, ging het met heel wat improvisatie gepaard. Met beperkte middelen, met verschillende debutanten maar met bakken geestdrift werd het een verhoopt succes. Dat succes was een duidelijke aansporing om verder te doen. Korte tijd nadien werden de statuten van De Sinfravrienden opgesteld.

De rest is geschiedenis. De Sinfra’s speelden jaar na jaar de pannen van het dak. Een deurenkomedie ‘Hotel op stelten’ , of gewoon hilarische komedie ‘Begot, begot, vrouwen op uw kot’, een spannende thriller of een bijtende satire van nobelprijswinnaar Dario Fo, De Sinfra’s hebben het allemaal op hun veertigjarige palmares staan.

Alsof dat allemaal nog niet genoeg was, begon men ook straattheater te spelen. Een beetje uit financiële noodzaak, eigenlijk. ‘Het zwarte schaap’ en de ‘21ste vertelling’ zijn maar enkele titels waarmee jullie heel Vlaanderen en Nederland steeds noordelijker introkken. Of ook ‘De Klucht van de taart’ waar jullie in de prijzen mee gevallen zijn. De gevolgen van die nevenactiviteit, het straattheater dus, de gevolgen kennen we ondertussen in Lokeren. Het jaarlijkse Parktheaterfestival dat de Sinfra’s samen met het stadsbestuur en VVV Toerisme organiseren is één van de grootste toeristische evenementen van de stad geworden. Jaarlijks 5.000 toeschouwers of meer naar de binnenstad lokken, het is er weinigen gegeven. Het is hét familiegebeuren van het jaar in onze stad. Dat lijft geen twijfel. Eén groot feest in een groene omgeving, duizenden vrolijke gezichten. Een stad kan zich op een zonnige zondag in mei niets beters wensen.

Dat jullie vereniging het al veertig jaar uitzingt bewijst dat de vereniging aan heel wat noden beantwoordt. En die noden zijn duidelijk: menselijk contact, ontspanning en creatief spelplezier.

En natuurlijk dames en heren, ge moet nen goeie voorzitter hebben. En jullie zullen het met mij eens zijn … jullie hebben een schitterende voorzitter. Hij zet zich dagelijks, 24 op 24 bijna , in voor de Sinfra’s. Werner verdient eigenlijk een standbeeld. Hij zit zich in voor de Sinfra’s, maar hij heeft zich al die jarenlang ook ingezet voor de jeugd van onze stad, de jeugd, de jeugdverenigingen, de jeugdraad, … noem maar op . Hij was steeds de man achter de schermen. Ik wou hier vandaag toch even zeggen, beste Werner, dat wij als stadsbestuur daar enorm veel respect voor hebben.

Alvorens jullie voorzitter Werner even het woord te geven – ja, Werner, ge hebt het weer zitten ! – wil ik toch nog even zeggen dat het mij veel genoegen doet dat ik hier vandaag namens het stadsbestuur mijn waardering en dank mag uitdrukken voor de Sinfra’s en voor jullie veertigjarige jubileum.

Ik hoop na al het goede dat wij van jullie al hebben gezien – de vele Lokeraars maar ook niet-Lokeraars - dat het beste van de Sinfra’s alsnog mag komen. 'The best is yet to come'.

Van harte proficiat !
Filip Anthuenis, burgemeester

maandag 10 oktober 2011

Toespraak opening Stadsmuseum: 'Bakken charme en een haarnsijderijverleden'


Ik ben bijzonder verheugd u allen welkom te mogen heten in het gloednieuwe Lokerse stadsmuseum.

Gent heeft zijn STAM, en Antwerpen zijn MAS.
Lokeren ligt daar net tussen, pal in het midden. We konden dus niet uitblijven. Wij hebben nu ons prachtig Stadsmuseum. En we zijn daar enorm blij en fier mee. Al zagen we het natuurlijk allemaal wat minder grootschalig dan Gentse en vooral onze Antwerpse buren. Bescheidenheid, u zal het met me eens zijn, dat siert de Lokeraar. Een splinternieuw, peperduur én torenhoog gebouw gaan neerzetten, dat zat er bij ons niet in. Neen, wij hebben het bestaande gebouw flink gerenoveerd en het resultaat is prachtig. Diezelfde realiteitszin weerspiegelt zich ook overigens in de naam van het museum. We kozen dus, volkomen in overeenstemming met onze aard, voor het eenvoudige, doch overduidelijke ‘Stadsmuseum’, eerder dan ons te laten drijven op de modieuze en wazige afkortingen-stroom.

Een museum “in” de stad, een museum “voor” de stad (natuurlijk, voor de stad en zijn inwoners), een museum “door” de stad (vele personeelsleden van de stad hebben hier enorm veel en schitterend werk geleverd).

Maar natuurlijk een museum “over” de stad. Want het doel van de inrichting van ons museum, het doel van de vaste interne opstelling is dat de Lokeraars de link zien tussen hun eigen geschiedenis en de geschiedenis van de stad. Want geschiedenis is geen dode materie. Geschiedenis toont aan waarom de hedendaagse stad is wat ze is.

Beste vrienden, Ik had het daarnet even over Gent en Antwerpen. Wel, beste genodigden, in Lokeren hebben wij nog iets wat ze in Gent en Antwerpen niet hebben. Bakken charme natuurlijk, maar wij hebben ook een uniek industrieel verleden, namelijk dat van de Lokerse haarsnijderijen.

Lokeren was in de vorige eeuw een echt wereldcentrum, met tientallen haarsnijderijfabrieken, en klanten over de hele wereld. Om u een idee te geven, in de periode tussen de twee wereldoorlogen, werkten op een bevolking van ongeveer 20.000 Lokeraars maar liefst drieduizend Lokerse mannen en vrouwen in deze fabrieken, 15 procent dus of ongeveer 1 op 6. Zelfs meer, want deze cijfers houden geen rekening met de honderden vrouwen en kinderen die thuis werkten. Het is dus meer dan terecht dat onze stad ode brengt aan deze industrie, en dat de voornaamste zaal van de permanente collectie volledig over de haarsnijderij handelt. Mooi zo.

Dames en Heren,
Ik ben ervan overtuigd dat dit gebouw - samen met de toekomstige nieuwe markt overigens – dat dit gebouw het toerisme in onze stad en daardoor ook de lokale economie en de middenstand flink zal aanwakkeren. Het is overigens geen toeval dat de binnenhuisinrichting hier mede is ontworpen door Hans Van Loocke, voorzitter van de middenstandraad. Museumbezoek gaat meestal gepaard met een hapje of drankje achteraf. De horeca zal mee profiteren van deze toeristische trekpleister.

Er is heel veel werk in de renovatie van dit museum gekropen, zowel binnen als buiten. Daardoor is het museum lange tijd gesloten geweest. Iets meer dan 5 jaar is het museum toe gebleven. Dat is niet niks. Vijf jaar, het was zo lang, dat sommige van mijn collega-politici reeds spraken over “dat gebouw waar ooit het museum is geweest”.

Wel collega’s, straks – na het doorknippen van het gebruikelijke lint aan de officiële plaat – zullen we het resultaat zien. Ik ben de laatste weken al een paar keer komen piepen. De Lokeraars mogen en zullen terecht trots zijn op deze prachtige realisatie , trots zijn op het nieuwe museum en bij uitbreiding trots zijn op hun stad, op onze stad Lokeren. (En als de Lokeraars trots zijn, dan ben ik dat ook).

Filip Anthuenis , Burgemeester