Vlaanderen telt meer dan 1.800 rooms-katholieke kerken, nagenoeg evenveel pastorieën, een meervoud aan kapellen en ongeveer 1.200 kloostergebouwen, het is een gigantische architectonische erfenis. Niemand betwist de waarde, niet alleen de historische, van dit patrimonium.
Maar tegelijk stellen we een discrepantie vast. Dit enorme aanbod aan religieuze gebouwen contrasteert steeds feller met de toenemende secularisering van onze contreien. Aan de wekelijkse mis nemen nog ongeveer 250.000 Vlamingen deel, omgerekend is dat vijf procent van de bevolking. In 1976 ging nog een derde van de Vlamingen naar de zondagsmis. Vandaag worden nog slechts 30 procent van de burgerlijke huwelijken gevolgd door een plechtigheid in de kerk. Zeven op tien begrafenissen vinden plaats in een kerkgebouw.
De ontkerkelijking is dus vrij spectaculair. Heel wat kerken en aanverwante gebouwen komen (gedeeltelijk) leeg te staan. De vraag is nu hoe we die gebouwen het beste kunnen vrijwaren en inbedden in een hedendaagse context.
Minister van Binnenlands Bestuur en Bestuurszaken Geert Bourgeois , onder wiens bevoegdheid de kerkfabrieken vallen, heeft erover nagedacht. Hij heeft zijn visie uiteengezet in de nota ‘Een toekomst voor de Vlaamse parochiekerk’. ‘Nieuwe bestemmingen moeten maatschappelijk verantwoord zijn maar tegelijk ook respect betonen voor de aard van het gebouw’, klinkt het.
Fraai, maar het noopt me tot enkele cruciale bedenkingen.
Eén derde van de kerken is beschermd. En daar wringt nu net het schoentje. Iedereen weet dat je met een beschermd gebouw niet zomaar om het even wat aanvangt. Terecht in zekere zin, maar tegelijk is het enorm beklemmend voor burgers of ondernemers die met dergelijk bouwkundig erfgoed aan de slag willen. Neem daarbij de halsstarrigheid en de hardnekkigheid waarmee de administratie ‘Monumenten en Landschappen’ over dergelijke dossiers oordeelt en je weet meteen dat het herbestemmingsbeleid van onze parochiekerken op een fiasco dreigt uit te draaien.
In Maastricht heeft een boekhandelketen het aangedurfd om heel grondig te investeren in een verlaten kerk. Maar Maastricht is Lokeren of Poelkapelle niet. De kans dat een ondernemer in kleinere steden of gemeenten zwaar investeert in een kerkgebouw is zo goed als onbestaande, en al zeker niet als er rekening moet gehouden worden met de strenge regels die aan een beschermd gebouw vasthangen. Als men bovendien nog regels gaat opleggen om de herbestemming te kaderen in het karakter van het oorspronkelijke gebouw wordt het helemaal onmogelijk.
Laat ik duidelijk zijn: de financiële situatie van de steden en gemeenten is niet van die aard dat zij veel geld kunnen pompen in het herinrichten en bewaren van deze gebouwen.
Er rest dus maar één oplossing: de regels moeten soepeler, veel soepeler. Zoniet riskeren onze leegstaande kerkgebouwen door halsstarrigheid een verlaten en verwaarloosde toekomst.
Filip Anthuenis
Filip Anthuenis blogt
Bloggen, het leek mij als politicus ook wel iets. Want net als mijn collega's heb ik uiteraard een uitgeproken mening. En, die maak ik graag kenbaar.
dinsdag 7 mei 2013
donderdag 18 april 2013
Ontwerp Lokerse Beleidsnota: 'Zuinig besturen, maximaal verder investeren in de stad'
Steden en gemeenten staan financieel zwaar onder druk. Ze ontslaan massaal personeel, laten hun belastingen stijgen, bouwen hun dienstverlening af en schrappen in hun geplande investeringen.Niks daarvan in Lokeren. De belastingen stijgen niet, er wordt geen personeel ontslagen, de dienstverlening blijft intact en er wordt een ambitieus investeringsplan klaargestoomd voor de komende jaren.
Meer nog, het stadsbestuur gaat verder met een beproefd en degelijk recept: zuinig besturen (“de tering naar de nering zetten”) en tegelijk verantwoord blijven investeren in de prachtige stad, die Lokeren is.
Op maandag 29 april wordt aan de verenigde Lokerse gemeente- en OCMW-raad een omstandige beleidsnota voorgelegd. De beleidsnota kwam tot stand na een uitgebreid democratisch parcours. Na de gemeenteraadsverkiezingen werden de partijprogramma‘s van de coalitiepartners (open VLD en CD&V) naast elkaar gelegd. Er werden ambtelijke memoranda opgemaakt door de verschillende stads- en OCMW-diensten waarbij zij de wensen en uitdagingen binnen hun domein oplijstten. Ook de managementteams van stad en OCMW werden uitgebreid bevraagd en betrokken.
De beleidsnota is een omstandig document waarin alle beleidsdomeinen aan bod komen.
- Er is vanzelfsprekend een belangrijk financieel luik voorzien. De personenbelasting en de belasting op de onroerende voorheffing zullen – in tegenstelling tot in vele andere gemeenten – in Lokeren niet stijgen. En de verhaalbelastingen, die worden opgelegd aan eigenaars bij straatrenovaties, worden afgeschaft. Er zal natuurlijk zuinig bestuurd moeten worden binnen het exploitatiebudget. Maar er zal voldoende financiële ruimte zijn voor een ambitieus investeringsplan dat wordt klaargestoomd en waar de contouren nu reeds werden voor vastgelegd.
- Belangrijk luik binnen het investeringsplan is natuurlijk de verdere renovatie van een aantal straten en pleinen en de daaraan gekoppelde rioleringsproblematiek. Zo worden de Karrestraat, de Daknamse Bossen en de Vijverstraat op korte termijn aangepakt. En sluit Lokeren zich aan bij de grote Aquafin-projecten (Daknam, collector Rechtstraat, Doorslaarstraat-West). Speciale aandacht wordt ook besteed aan Lokeren-Zuid (omgeving Zand/Zelestraat).
- Inzake mobiliteit komen er nieuwe fietspaden langs de Doorslaardam en achter Spoelekerk (voor een veilige fietsontsluiting van de wijken Driesstraat), en worden de Durmedijken verder verhard tot in Daknam.
- Ook inzake stadsvernieuwing worden een aantal ambitieuze projecten gelanceerd. De site van het vroegere Jeugdcentrum Bergendries wordt ontwikkeld, net als de site Windekind waar er een randparking en een woonfunctie worden voorzien. Er worden plannen gemaakt voor een wandelpromenade langs de kaaimuur als verbinding tussen parking Grote Kaai en de Markt. Het project Hoedhaar wordt verdergezet. We trachten het dorpsplein in Eksaarde te renoveren en proberen de omgeving van de tramroute in Doorslaardorp te verfraaien.
- Op economisch vlak is de uitbreiding van de industrieparken (E17/4) een belangrijk item. Maar ook aan de middenstand/kleinhandel wordt veel aandacht besteed. In het nieuwe parkeercontract (1/1/2014) wordt het eerste half uur gratis parkeren opgenomen (momenteel eerste kwartier).
- Inzake onderwijs is er veel aandacht voor het stedelijk onderwijs. Op School Spoele wordt een nieuwe site gebouwd. Maar de stad neemt ook zijn overkoepelende regisseursrol ernstig. Er komt een nieuw adviesorgaan, de onderwijsraad, waar alle Lokerse scholen hun zeg in hebben.
- Het cameraproject wordt verder geoptimaliseerd met gesofisticeerde nummerplaatdetectie teneinde de veiligheids-en diefstalproblematiek verder aan te pakken.
- In de vrijetijdssector wordt werk gemaakt van de uitbouw van de (Heirbrug)molensite, de restauratie van het Ryngautmonument en de kapel Luikstraat, wordt er een shelter aangekocht voor het evenementenplein op de Markt, wordt onderzocht wat we in de toekomst doen met het zwembad, en worden de jeugdclubs en -verenigingen mee ondersteund om hun infrastructuur op peil te houden.
- In de welzijnssector wordt binnen de schoot van het OCMW een project voor serviceflats/assistentiewoningen uitgebouwd op de bestaande site Polderstraat/Martelarenlaan.
Er worden ook een aantal frisse innovatieve projecten gelanceerd in de beleidsnota.
- Er is een akkoord met de gemeente Lochristi om de Lokeraars die dichter bij het recyclagepark van Lochristi wonen aldaar toe te laten. Hiervoor dient geïnvesteerd te worden in weegbruggen op het Lokerse recyclagepark zodat beide parken op dezelfde manier werken.
- Er wordt werk gemaakt van een doorgedreven integratie van de stads- en OCMW-diensten, waarbij op personeelsvlak veel aandacht gaat naar een modern HR-beleid, meer flexibiliteit en een doorgedreven administratieve vereenvoudiging.
- Er wordt een allesomvattende moderne website ontworpen.
- Er wordt onderzocht om wifi te installeren in de stadsgebouwen.
- Er wordt een creatieve visie uitgebouwd om bijkomende tentoonstellingsruimte te creëren in de bestaande stadsgebouwen.
- Er komt 1 overkoepelende dienst “Jeugdwelzijn” die de personeelsleden bundelt die de opvoeding van de kinderen en jeugd opvolgen (brugfiguur, flankerend onderwijs, casemanagement, opvoedingsondersteuning, STOP-project, LOP, JAC, Huis van het Kind, … ), en die samenwerkt met het consultatiebureau Kind en Gezin).
Lokeren komt van ver. De tijd dat het een grijs stadje was met een uitdovende vellen- en textielnijverheid ligt achter ons. Lokeren is de afgelopen periode ingrijpend veranderd. Het is een moderne Vlaamse stad die groeit in alle opzichten. Vele parameters evolueren gunstig : inwonersaantal, gemiddeld inkomen, werkzaamheidsgraad, criminaliteitsgraad, schuld per inwoner, …
Met de nieuwe beleidsnota wil het stadsbestuur op dit elan verdergegaan. Deze nota is de basis voor alweer zes jaar hard werken aan deze stad. Een stad is nooit af, het is een work in progress.
Wie de nota integraal wil lezen surft naar www.lokeren.be, onder Heet van de naald.
Meer nog, het stadsbestuur gaat verder met een beproefd en degelijk recept: zuinig besturen (“de tering naar de nering zetten”) en tegelijk verantwoord blijven investeren in de prachtige stad, die Lokeren is.
Op maandag 29 april wordt aan de verenigde Lokerse gemeente- en OCMW-raad een omstandige beleidsnota voorgelegd. De beleidsnota kwam tot stand na een uitgebreid democratisch parcours. Na de gemeenteraadsverkiezingen werden de partijprogramma‘s van de coalitiepartners (open VLD en CD&V) naast elkaar gelegd. Er werden ambtelijke memoranda opgemaakt door de verschillende stads- en OCMW-diensten waarbij zij de wensen en uitdagingen binnen hun domein oplijstten. Ook de managementteams van stad en OCMW werden uitgebreid bevraagd en betrokken.
De beleidsnota is een omstandig document waarin alle beleidsdomeinen aan bod komen.
- Er is vanzelfsprekend een belangrijk financieel luik voorzien. De personenbelasting en de belasting op de onroerende voorheffing zullen – in tegenstelling tot in vele andere gemeenten – in Lokeren niet stijgen. En de verhaalbelastingen, die worden opgelegd aan eigenaars bij straatrenovaties, worden afgeschaft. Er zal natuurlijk zuinig bestuurd moeten worden binnen het exploitatiebudget. Maar er zal voldoende financiële ruimte zijn voor een ambitieus investeringsplan dat wordt klaargestoomd en waar de contouren nu reeds werden voor vastgelegd.
- Belangrijk luik binnen het investeringsplan is natuurlijk de verdere renovatie van een aantal straten en pleinen en de daaraan gekoppelde rioleringsproblematiek. Zo worden de Karrestraat, de Daknamse Bossen en de Vijverstraat op korte termijn aangepakt. En sluit Lokeren zich aan bij de grote Aquafin-projecten (Daknam, collector Rechtstraat, Doorslaarstraat-West). Speciale aandacht wordt ook besteed aan Lokeren-Zuid (omgeving Zand/Zelestraat).
- Inzake mobiliteit komen er nieuwe fietspaden langs de Doorslaardam en achter Spoelekerk (voor een veilige fietsontsluiting van de wijken Driesstraat), en worden de Durmedijken verder verhard tot in Daknam.
- Ook inzake stadsvernieuwing worden een aantal ambitieuze projecten gelanceerd. De site van het vroegere Jeugdcentrum Bergendries wordt ontwikkeld, net als de site Windekind waar er een randparking en een woonfunctie worden voorzien. Er worden plannen gemaakt voor een wandelpromenade langs de kaaimuur als verbinding tussen parking Grote Kaai en de Markt. Het project Hoedhaar wordt verdergezet. We trachten het dorpsplein in Eksaarde te renoveren en proberen de omgeving van de tramroute in Doorslaardorp te verfraaien.
- Op economisch vlak is de uitbreiding van de industrieparken (E17/4) een belangrijk item. Maar ook aan de middenstand/kleinhandel wordt veel aandacht besteed. In het nieuwe parkeercontract (1/1/2014) wordt het eerste half uur gratis parkeren opgenomen (momenteel eerste kwartier).
- Inzake onderwijs is er veel aandacht voor het stedelijk onderwijs. Op School Spoele wordt een nieuwe site gebouwd. Maar de stad neemt ook zijn overkoepelende regisseursrol ernstig. Er komt een nieuw adviesorgaan, de onderwijsraad, waar alle Lokerse scholen hun zeg in hebben.
- Het cameraproject wordt verder geoptimaliseerd met gesofisticeerde nummerplaatdetectie teneinde de veiligheids-en diefstalproblematiek verder aan te pakken.
- In de vrijetijdssector wordt werk gemaakt van de uitbouw van de (Heirbrug)molensite, de restauratie van het Ryngautmonument en de kapel Luikstraat, wordt er een shelter aangekocht voor het evenementenplein op de Markt, wordt onderzocht wat we in de toekomst doen met het zwembad, en worden de jeugdclubs en -verenigingen mee ondersteund om hun infrastructuur op peil te houden.
- In de welzijnssector wordt binnen de schoot van het OCMW een project voor serviceflats/assistentiewoningen uitgebouwd op de bestaande site Polderstraat/Martelarenlaan.
Er worden ook een aantal frisse innovatieve projecten gelanceerd in de beleidsnota.
- Er is een akkoord met de gemeente Lochristi om de Lokeraars die dichter bij het recyclagepark van Lochristi wonen aldaar toe te laten. Hiervoor dient geïnvesteerd te worden in weegbruggen op het Lokerse recyclagepark zodat beide parken op dezelfde manier werken.
- Er wordt werk gemaakt van een doorgedreven integratie van de stads- en OCMW-diensten, waarbij op personeelsvlak veel aandacht gaat naar een modern HR-beleid, meer flexibiliteit en een doorgedreven administratieve vereenvoudiging.
- Er wordt een allesomvattende moderne website ontworpen.
- Er wordt onderzocht om wifi te installeren in de stadsgebouwen.
- Er wordt een creatieve visie uitgebouwd om bijkomende tentoonstellingsruimte te creëren in de bestaande stadsgebouwen.
- Er komt 1 overkoepelende dienst “Jeugdwelzijn” die de personeelsleden bundelt die de opvoeding van de kinderen en jeugd opvolgen (brugfiguur, flankerend onderwijs, casemanagement, opvoedingsondersteuning, STOP-project, LOP, JAC, Huis van het Kind, … ), en die samenwerkt met het consultatiebureau Kind en Gezin).
Lokeren komt van ver. De tijd dat het een grijs stadje was met een uitdovende vellen- en textielnijverheid ligt achter ons. Lokeren is de afgelopen periode ingrijpend veranderd. Het is een moderne Vlaamse stad die groeit in alle opzichten. Vele parameters evolueren gunstig : inwonersaantal, gemiddeld inkomen, werkzaamheidsgraad, criminaliteitsgraad, schuld per inwoner, …
Met de nieuwe beleidsnota wil het stadsbestuur op dit elan verdergegaan. Deze nota is de basis voor alweer zes jaar hard werken aan deze stad. Een stad is nooit af, het is een work in progress.
Wie de nota integraal wil lezen surft naar www.lokeren.be, onder Heet van de naald.
maandag 4 maart 2013
Opinie: 'Assisen, stop ermee'
Het proces ‘Kim De Gelder’ toont alweer de grenzen en tekortkomingen van het assisen-systeem. Uit dit proces en uit vele voorgaande past slechts één conclusie: laten we gewoon ophouden met assisen.
Het begon al op die eerste procesdag met de samenstelling van de jury. 180 burgers werden opgeroepen om uiteindelijk 12 effectieve en zes reservejuryleden over te houden. Dit toont meteen de omslachtigheid van de procedure.
Eén advocaat neemt de verdediging van De Gelder voor zich, voor de Burgerlijke Partijen worden er 27 advocaten afgevaardigd. Een assisenproces is een tijdrovende bezigheid, zoveel is zeker. En duur.
Vier jaar heeft het geduurd eer dit proces er kwam. Tijdens het proces, een volledig mondelinge procedure, moeten alle onderzoeksdaden worden uitgelegd en alle getuigenverklaringen worden overgedaan. Een helse opdracht.
De gemediatiseerdheid van de processen zorgt er bovendien voor dat elke advocaat zijn ‘moment de gloire’ wil beleven. Zo gebruikte advocaat Kris Luyckx het proces zelf om de assisenprocedure aan te kaarten, wat natuurlijk via een wetswijziging moet geregeld worden. Advocaat Jef Vermassen speelde het zelfs klaar om na de parachutemoord-uitspraak (schuldig en 30 jaar gevangenisstraf) al lachend handtekeningen uit te delen.
De burgers ergeren zich dood aan het forum dat de daders tijdens een assisenproces krijgen. Vaak lachen die daders (of ze nu Kim De Gelder of Ronald Janssen heten) de nabestaanden gewoon uit. Of lachen ze zelfs hun eigen advocaat uit (‘Stop ermee Jaak, ik ben niet ziek’). Daarom: ‘assisen, stop ermee’.
In het proces De Gelder gaat het overigens niet om de schuldvraag. De feiten zijn er, ze staan vast. Het gaat enkel over de (on-)toerekeningsvatbaarheid en de mate van (on-)toerekeningsvatbaarheid. Er wordt gejongleerd met psychiatrische onderzoeken. Volgens gerechtspsychiaters is de dader toerekeningsvatbaar, psychiaters van de verdediging vinden van niet. Is een volksjury dan, zonder psychiatrische voorkennis, in staat te oordelen over de al dan niet toerekeningsvatbaarheid van de dader, als zelfs de psychiaters het daarover niet eens raken ? De vraag stellen is ze beantwoorden.
Het is duidelijk: assisen botst al lang tegen zijn grenzen aan. Het is een relict uit een verleden dat niet mee evolueerde met de tijd. Door de zware belasting brengt het de werking van de hoven van beroep in gevaar (alle procureurs-generaal zijn overigens voor de afschaffing).
Laten we er daarom mee ophouden.
Het begon al op die eerste procesdag met de samenstelling van de jury. 180 burgers werden opgeroepen om uiteindelijk 12 effectieve en zes reservejuryleden over te houden. Dit toont meteen de omslachtigheid van de procedure.
Eén advocaat neemt de verdediging van De Gelder voor zich, voor de Burgerlijke Partijen worden er 27 advocaten afgevaardigd. Een assisenproces is een tijdrovende bezigheid, zoveel is zeker. En duur.
Vier jaar heeft het geduurd eer dit proces er kwam. Tijdens het proces, een volledig mondelinge procedure, moeten alle onderzoeksdaden worden uitgelegd en alle getuigenverklaringen worden overgedaan. Een helse opdracht.
De gemediatiseerdheid van de processen zorgt er bovendien voor dat elke advocaat zijn ‘moment de gloire’ wil beleven. Zo gebruikte advocaat Kris Luyckx het proces zelf om de assisenprocedure aan te kaarten, wat natuurlijk via een wetswijziging moet geregeld worden. Advocaat Jef Vermassen speelde het zelfs klaar om na de parachutemoord-uitspraak (schuldig en 30 jaar gevangenisstraf) al lachend handtekeningen uit te delen.
De burgers ergeren zich dood aan het forum dat de daders tijdens een assisenproces krijgen. Vaak lachen die daders (of ze nu Kim De Gelder of Ronald Janssen heten) de nabestaanden gewoon uit. Of lachen ze zelfs hun eigen advocaat uit (‘Stop ermee Jaak, ik ben niet ziek’). Daarom: ‘assisen, stop ermee’.
In het proces De Gelder gaat het overigens niet om de schuldvraag. De feiten zijn er, ze staan vast. Het gaat enkel over de (on-)toerekeningsvatbaarheid en de mate van (on-)toerekeningsvatbaarheid. Er wordt gejongleerd met psychiatrische onderzoeken. Volgens gerechtspsychiaters is de dader toerekeningsvatbaar, psychiaters van de verdediging vinden van niet. Is een volksjury dan, zonder psychiatrische voorkennis, in staat te oordelen over de al dan niet toerekeningsvatbaarheid van de dader, als zelfs de psychiaters het daarover niet eens raken ? De vraag stellen is ze beantwoorden.
Het is duidelijk: assisen botst al lang tegen zijn grenzen aan. Het is een relict uit een verleden dat niet mee evolueerde met de tijd. Door de zware belasting brengt het de werking van de hoven van beroep in gevaar (alle procureurs-generaal zijn overigens voor de afschaffing).
Laten we er daarom mee ophouden.
dinsdag 19 februari 2013
Opinie: 'Laat de Staatsveiligheid haar werk doen'
Onze Staatsveiligheid, officieel de Dienst voor de Veiligheid van de Staat, heeft al heel wat modder over zich heen gekregen, de voorbije weken. Het begon met een perslek van vertrouwelijke rapporten die de Staatsveiligheid had opgesteld over de pogingen van sektarische organisaties om te infiltreren in de politiek en in de financiële wereld.
Ja, ook mijn naam viel in dat rapport. Hoe ging dat in zijn werk ? Wel, een parlementaire commissie had een voorstel gedaan om de Scientology-kerk als sekte te bestempelen, en daar gingen zij niet mee akkoord. Ze vonden dat ze niet thuishoorden op de sektelijst. Daarom spraken Scientologyleden verschillende parlementairen en senatoren aan. Zelf zat ik niet in de in die parlementaire commissie, maar ik heb naar hun verhaal geluisterd. Verder deed ik niets met die info. Uiteraard zag ik hun toenadering geen graten, ik ontvang dagelijks tientallen mensen van verschillend pluimage op mijn bureau, de mensen zijn vrij dat te doen. Of ik met die vragen of suggesties al dan niet iets doe, is dan weer wel mijn verantwoordelijkheid.
Om kort te gaan, ik stond dus – net als andere politici - in dat dossier en haalde de voorpagina van de krant. Akkoord, dat lek had niet gehoeven, maar politici begonnen sindsdien het proces van onze staatsveiligheid te maken. De Staatsveiligheid zou parlementsleden screenen. Rik Torfs haalde zwaar uit en Renaat Landuyt en Philippe Moureaux pleitten zelfs voor de afschaffing van onze inlichtingendienst.
Ik denk er heel anders over. Als Scientology werkelijk een sekte is, vind ik het niet meer dan normaal dat de Staatsveiligheid er onderzoek naar doet. Ook vind ik het normaal dat er informatie wordt verzameld over activisten in zowel linkse als rechtse extremistische milieus. Ik vind het goed dat de Staatsveiligheid eens onderzoekt wat Blood and Honour juist allemaal uitspookt. Dat is hun opdracht: inlichtingen verzamelen over terrorisme, extremisme, spionage, inmenging, georganiseerde misdaad, proliferatie (verspreiding van materiaal dat kan gebruikt worden voor de aanmaak van kernwapens) en ook schadelijke sektarische organisaties. Als mijn naam dan in een dergelijk document ergens in de marge wordt genoemd, heb ik daar ook geen probleem mee.
Laat de Staatsveiligheid haar werk doen. Het komt de veiligheid van ons land ten goede.
Ja, ook mijn naam viel in dat rapport. Hoe ging dat in zijn werk ? Wel, een parlementaire commissie had een voorstel gedaan om de Scientology-kerk als sekte te bestempelen, en daar gingen zij niet mee akkoord. Ze vonden dat ze niet thuishoorden op de sektelijst. Daarom spraken Scientologyleden verschillende parlementairen en senatoren aan. Zelf zat ik niet in de in die parlementaire commissie, maar ik heb naar hun verhaal geluisterd. Verder deed ik niets met die info. Uiteraard zag ik hun toenadering geen graten, ik ontvang dagelijks tientallen mensen van verschillend pluimage op mijn bureau, de mensen zijn vrij dat te doen. Of ik met die vragen of suggesties al dan niet iets doe, is dan weer wel mijn verantwoordelijkheid.
Om kort te gaan, ik stond dus – net als andere politici - in dat dossier en haalde de voorpagina van de krant. Akkoord, dat lek had niet gehoeven, maar politici begonnen sindsdien het proces van onze staatsveiligheid te maken. De Staatsveiligheid zou parlementsleden screenen. Rik Torfs haalde zwaar uit en Renaat Landuyt en Philippe Moureaux pleitten zelfs voor de afschaffing van onze inlichtingendienst.
Ik denk er heel anders over. Als Scientology werkelijk een sekte is, vind ik het niet meer dan normaal dat de Staatsveiligheid er onderzoek naar doet. Ook vind ik het normaal dat er informatie wordt verzameld over activisten in zowel linkse als rechtse extremistische milieus. Ik vind het goed dat de Staatsveiligheid eens onderzoekt wat Blood and Honour juist allemaal uitspookt. Dat is hun opdracht: inlichtingen verzamelen over terrorisme, extremisme, spionage, inmenging, georganiseerde misdaad, proliferatie (verspreiding van materiaal dat kan gebruikt worden voor de aanmaak van kernwapens) en ook schadelijke sektarische organisaties. Als mijn naam dan in een dergelijk document ergens in de marge wordt genoemd, heb ik daar ook geen probleem mee.
Laat de Staatsveiligheid haar werk doen. Het komt de veiligheid van ons land ten goede.
woensdag 30 januari 2013
Meest Verdienstelijke Lokeraar 2012: 'Lokerse technologie ten dienste van Airbus'
Velen in deze zaal weten misschien nog van niets. We hebben de laureaat van de Meest Verdienstelijke Lokeraar 2012 voor het eerst stil gehouden tot op vandaag, hier op de huldezitting.
’t Is eens iets anders.
Lang ga ik jullie geduld niet op de proef te stellen en zo meteen bekend maken wie er aan het lijstje van Meest Verdienstelijke Lokeraars wordt toegevoegd. Dat lijstje is stilaan indrukwekkend, mag ik wel zeggen. Even overlopen misschien (als Jerome dat nog niet heeft gedaan) : Marcel Pieters, Chris Van den Durpel, Maria De Rooze, Lokerse Feesten, Aimé Anthuenis, Marleen Temmerman, Galerij De Vuyst; Aliplast, Parktheaterfestival, Lokerse Jazzklub, Scouts Yoff, Kris De Beule, Dirk De Caluwe, Willy Linthout en Sporting Lokeren. Vorig jaar ging Tom Audenaert met de trofee, ontworpen door kunstenares Sofie Muller, lopen. Tom brak dit jaar volledig door met de rol van fotograaf Luc in de alom geprezen serie Quiz me quick.
Dit jaar tappen we uit een heel ander vaatje. Niet uit het culturele vaatje, niet uit het socio-culturele vaatje of het vrijwilligerswerk. Het is geleden van de verkiezing van Aliplast in 2003 dat de jury het op de economische toer ging zoeken.
Beste aanwezigen,
Ik weet niet of jullie een acrosoma kennen. Het is een spin uit midden-Amerika die een heel stevig, maar licht web weeft. Die spin leende ook haar naam aan een high-tech bedrijf uit Lokeren, Acrosoma. En dat bedrijf gebruikt weeftechnieken om heel stevige maar lichte composietmaterialen te vervaardigen. Composiet is – en nu word ik even technisch - een combinatie van koolstofvezels en specifieke harsen. Acrosoma is op dit gebied een wereldwijde pionier, en daar mogen we als Lokeraars behoorlijk trots op zijn. De nog nog jonge technologie kende al toepassingen in de vorm van trailers voor vrachtwagens. De naam Acrosoma bleek dus de lading te dekken, en wat meer is: de naam stond vooraan in het telefoonboek, bij de A, want dat was voor de bedrijfsleiding een belangrijk punt.
Maar, naast trailers voor vrachtwagens werkt acrosoma ook voor de vliegtuigsector. Zo werkte het bedrijf bijvoorbeeld aan een demonstratiebalk in composiet. Die was dertig meter lang en drie meter hoog en moest een belasting van 20 ton aankunnen. Die balk moest dienst doen als frame voor de vleugel van de nieuwe Airbus A350 die in volle ontwikkeling was. De Britse vliegtuigvleugelbouwers gebruikten daar voordien een stalen balk voor die vier maal zwaarder woog. Het Lokerse bedrijf Acrosoma is daarmee het eerste bedrijf ter wereld dat voor de vleugels van de Airbus A350 XWB een transportkader kon maken dat veel lichter is dan normaal. Minder gewicht in de industrie betekent steeds een kostenbesparing. Prachtig, zou ik zeggen.
De Franse luchtvaartmaatschappij Airbus gaf Acrosoma nadien de opdracht om zes dergelijke transportkaders te maken.
Het Acrosoma-paneel is volledig ontwikkeld in Lokeren en is gepatenteerd. Andere bedrijven hebben dus de Lokerse technologie nodig om ook zulke kaders te maken. Het bedrijf is het enige ter wereld dat al zo ver staat in de driedimensionale paneeltechnologie, zodat het dit effectief al kan produceren.
Acrosoma zal in de toekomst voor Airbus nog een andere opdracht verzorgen. Ook de panelen voor de romp van de A30X mogen ze maken. Als tussenstap ontwerpt en bouwt het Lokerse bedrijf eerst de deurpanelen van het neuswiel van de A350-1000. Acrosoma met zijn ploeg is overigens lid geworden van Airbus Innovation Cell, een technologie-accelerator binnen de Airbus groep. Niet minnetjes !
Kortom, Acrosoma is het typevoorbeeld van een bedrijf dat gelooft in innovatie, gelooft in hun product, en er volop voor gaat. Het bedrijf kreeg de voorbije jaren bezoek van Vlaams minister-president Kris Peeters en gewezen minister van Economie Vincent Van Quickenborne. Het kreeg steun van de Vlaamse regering in de vorm van een overbruggingslening van het Vlaams Waarborgfonds. Dank zij steun van de Vlaamse en Federale regeringen is Acrosoma
een Europese KMO met hightech-aspiraties binnen de Airbus groep.
Beste aanwezigen,
Tijdens eerdere contacten met Jan Verhaeghe, ingenieur en oprichter van het bedrijf, wist hij me te vertellen dat Acrosoma Lokeren als vestigingsplaats heeft uitgekozen omwille van het uitzonderlijke bedrijfsvriendelijke klimaat. Dat doet ons uiteraard veel plezier, als stadsbestuur. Het klopt dat we heel veel inspanningen doen om bedrijven en werkgelegenheid aan te trekken, maar het zo eens bevestigd te horen, dat doet deugd. ‘Lokeren ondersteunt zijn bedrijven’, vertelde Jan Verhaeghe, ‘de stad laat hen vrij zonder stringente maatregelen en zorgt uiteindelijk zo voor tewerkstelling.’
Maar het klopt, denk ik. De opeenvolgende stadsbesturen hier hebben de laatste dertig jaar enorme inspanningen gedaan om industrieparken uit te bouwen. Los van de tewerkstelling in het centrum zijn er ondertussen meer dan 4.000 mensen tewerkgesteld in onze industrieparken (Rozen, N70 en E17). Dat is niet niks, maar de inspanningen moeten verdergezet worden. En dat doen we dan ook. We plannen nog een verdere uitbreiding van een 50-tal hectare industriegrond. We schatten dat er binnen 3 à 4 jaar wederom tientallen nieuwe bedrijven hier in Lokeren aan het firmament zullen verschijnen. We zitten nog met één probleempje, de lang verwachte rotonde aan de E17. Die is voor de economische ontwikkeling onontbeerlijk. Binnen enkele weken hebben we uitsluitsel daarover tijdens een ultieme vergadering met het agentschap Wegen en Verkeer. Spannend, maar ik heb er goede hoop op dat dit in orde komt.
Als stad zijn we uitermate verheugd dat een bedrijf zoals Acrosoma tevreden is met de lokale regelgeving en toepassing ervan en zich kan vinden in het praktisch ingestelde industriële beleid dat we met de stad willen voeren. Waar we ook heel blij mee zijn, dat is met de Vereniging Lokerse Industriëlen, de VLI. Ik heb het al meermaals gezegd: deze mensen verrichten schitterend werk, naar het eenvoudige principe dat we samen sterker zijn dan alleen. Hartelijk welkom ook aan de mensen van VLI.
Beste aanwezigen,
Terug naar Acrosoma. Ik weet dat zowat alle medewerkers, zoniet alle medewerkers, van het bedrijf Acrosoma hier aanwezig zijn vanavond, dat doet me ontzettend veel plezier. Het zegt veel over de teamgeest binnen het bedrijf.
Dames en heren,
Graag een applaus voor de Meest Verdienstelijke Lokeraar 2012: Acrosoma !
’t Is eens iets anders.
Lang ga ik jullie geduld niet op de proef te stellen en zo meteen bekend maken wie er aan het lijstje van Meest Verdienstelijke Lokeraars wordt toegevoegd. Dat lijstje is stilaan indrukwekkend, mag ik wel zeggen. Even overlopen misschien (als Jerome dat nog niet heeft gedaan) : Marcel Pieters, Chris Van den Durpel, Maria De Rooze, Lokerse Feesten, Aimé Anthuenis, Marleen Temmerman, Galerij De Vuyst; Aliplast, Parktheaterfestival, Lokerse Jazzklub, Scouts Yoff, Kris De Beule, Dirk De Caluwe, Willy Linthout en Sporting Lokeren. Vorig jaar ging Tom Audenaert met de trofee, ontworpen door kunstenares Sofie Muller, lopen. Tom brak dit jaar volledig door met de rol van fotograaf Luc in de alom geprezen serie Quiz me quick.
Dit jaar tappen we uit een heel ander vaatje. Niet uit het culturele vaatje, niet uit het socio-culturele vaatje of het vrijwilligerswerk. Het is geleden van de verkiezing van Aliplast in 2003 dat de jury het op de economische toer ging zoeken.
Beste aanwezigen,
Ik weet niet of jullie een acrosoma kennen. Het is een spin uit midden-Amerika die een heel stevig, maar licht web weeft. Die spin leende ook haar naam aan een high-tech bedrijf uit Lokeren, Acrosoma. En dat bedrijf gebruikt weeftechnieken om heel stevige maar lichte composietmaterialen te vervaardigen. Composiet is – en nu word ik even technisch - een combinatie van koolstofvezels en specifieke harsen. Acrosoma is op dit gebied een wereldwijde pionier, en daar mogen we als Lokeraars behoorlijk trots op zijn. De nog nog jonge technologie kende al toepassingen in de vorm van trailers voor vrachtwagens. De naam Acrosoma bleek dus de lading te dekken, en wat meer is: de naam stond vooraan in het telefoonboek, bij de A, want dat was voor de bedrijfsleiding een belangrijk punt.
Maar, naast trailers voor vrachtwagens werkt acrosoma ook voor de vliegtuigsector. Zo werkte het bedrijf bijvoorbeeld aan een demonstratiebalk in composiet. Die was dertig meter lang en drie meter hoog en moest een belasting van 20 ton aankunnen. Die balk moest dienst doen als frame voor de vleugel van de nieuwe Airbus A350 die in volle ontwikkeling was. De Britse vliegtuigvleugelbouwers gebruikten daar voordien een stalen balk voor die vier maal zwaarder woog. Het Lokerse bedrijf Acrosoma is daarmee het eerste bedrijf ter wereld dat voor de vleugels van de Airbus A350 XWB een transportkader kon maken dat veel lichter is dan normaal. Minder gewicht in de industrie betekent steeds een kostenbesparing. Prachtig, zou ik zeggen.
De Franse luchtvaartmaatschappij Airbus gaf Acrosoma nadien de opdracht om zes dergelijke transportkaders te maken.
Het Acrosoma-paneel is volledig ontwikkeld in Lokeren en is gepatenteerd. Andere bedrijven hebben dus de Lokerse technologie nodig om ook zulke kaders te maken. Het bedrijf is het enige ter wereld dat al zo ver staat in de driedimensionale paneeltechnologie, zodat het dit effectief al kan produceren.
Acrosoma zal in de toekomst voor Airbus nog een andere opdracht verzorgen. Ook de panelen voor de romp van de A30X mogen ze maken. Als tussenstap ontwerpt en bouwt het Lokerse bedrijf eerst de deurpanelen van het neuswiel van de A350-1000. Acrosoma met zijn ploeg is overigens lid geworden van Airbus Innovation Cell, een technologie-accelerator binnen de Airbus groep. Niet minnetjes !
Kortom, Acrosoma is het typevoorbeeld van een bedrijf dat gelooft in innovatie, gelooft in hun product, en er volop voor gaat. Het bedrijf kreeg de voorbije jaren bezoek van Vlaams minister-president Kris Peeters en gewezen minister van Economie Vincent Van Quickenborne. Het kreeg steun van de Vlaamse regering in de vorm van een overbruggingslening van het Vlaams Waarborgfonds. Dank zij steun van de Vlaamse en Federale regeringen is Acrosoma
een Europese KMO met hightech-aspiraties binnen de Airbus groep.
Beste aanwezigen,
Tijdens eerdere contacten met Jan Verhaeghe, ingenieur en oprichter van het bedrijf, wist hij me te vertellen dat Acrosoma Lokeren als vestigingsplaats heeft uitgekozen omwille van het uitzonderlijke bedrijfsvriendelijke klimaat. Dat doet ons uiteraard veel plezier, als stadsbestuur. Het klopt dat we heel veel inspanningen doen om bedrijven en werkgelegenheid aan te trekken, maar het zo eens bevestigd te horen, dat doet deugd. ‘Lokeren ondersteunt zijn bedrijven’, vertelde Jan Verhaeghe, ‘de stad laat hen vrij zonder stringente maatregelen en zorgt uiteindelijk zo voor tewerkstelling.’
Maar het klopt, denk ik. De opeenvolgende stadsbesturen hier hebben de laatste dertig jaar enorme inspanningen gedaan om industrieparken uit te bouwen. Los van de tewerkstelling in het centrum zijn er ondertussen meer dan 4.000 mensen tewerkgesteld in onze industrieparken (Rozen, N70 en E17). Dat is niet niks, maar de inspanningen moeten verdergezet worden. En dat doen we dan ook. We plannen nog een verdere uitbreiding van een 50-tal hectare industriegrond. We schatten dat er binnen 3 à 4 jaar wederom tientallen nieuwe bedrijven hier in Lokeren aan het firmament zullen verschijnen. We zitten nog met één probleempje, de lang verwachte rotonde aan de E17. Die is voor de economische ontwikkeling onontbeerlijk. Binnen enkele weken hebben we uitsluitsel daarover tijdens een ultieme vergadering met het agentschap Wegen en Verkeer. Spannend, maar ik heb er goede hoop op dat dit in orde komt.
Als stad zijn we uitermate verheugd dat een bedrijf zoals Acrosoma tevreden is met de lokale regelgeving en toepassing ervan en zich kan vinden in het praktisch ingestelde industriële beleid dat we met de stad willen voeren. Waar we ook heel blij mee zijn, dat is met de Vereniging Lokerse Industriëlen, de VLI. Ik heb het al meermaals gezegd: deze mensen verrichten schitterend werk, naar het eenvoudige principe dat we samen sterker zijn dan alleen. Hartelijk welkom ook aan de mensen van VLI.
Beste aanwezigen,
Terug naar Acrosoma. Ik weet dat zowat alle medewerkers, zoniet alle medewerkers, van het bedrijf Acrosoma hier aanwezig zijn vanavond, dat doet me ontzettend veel plezier. Het zegt veel over de teamgeest binnen het bedrijf.
Dames en heren,
Graag een applaus voor de Meest Verdienstelijke Lokeraar 2012: Acrosoma !
dinsdag 6 november 2012
Toespraak 80ste verjaardag Marcel Pieters: 'Mens onder de mensen'
Wij vieren vandaag Marcel Pieters. Hij wordt 80.
Wij kennen Marcel Pieters allemaal. Onze moedertaal, het Nederlands, kent geen woord om aan te duiden wat er precies gebeurt als Marcel over Lokeren begint te praten. ‘Spraakwaterval’ komt een beetje in de buurt, maar het is veel meer dan dat.
Marcel kent Lokeren en zijn geschiedenis zo goed dat hij er uren over kan doorvertellen. Met een zichtbaar genoegen. Niet zomaar met wat holle woorden, nee, hij doorspekt zijn verhaal met anekdotes, namen, jaartallen, citaten, en zo nodig cijfers. En dat allemaal uit het blote hoofd. De weinige details die hem ontschieten, weet hij dan snel terug te vinden. ‘In die kast, ergens op de tweede plank’, zegt hij dan. Hij blijft er plezier in hebben. Marcel is de wandelende encyclopedie van Lokeren.
Ikzelf heb Marcel natuurlijk al vaak ontmoet, ook al enkele keren met hem kunnen babbelen. Een tweetal jaar geleden hebben we eens de tijd genomen om samen, bij jou thuis, hé Marcel - het was naar aanleiding van ons intervieuwboekje met de Verdienstelijke Lokeraars -, de tijd genomen om samen aan de tafel te gaan zitten en honderduit over onze prachtige stad te praten. Ik herinner me de gastvrijheid en de bezorgdheid van jou en jouw echtgenote. De koffie was zeker niet te flauw, de taart was lekker, en het was supergezellig.
‘Alles aan Lokeren interesseert mij !’ was de titel van dat interview.
Het zijn niet voor niets Marcels eigen woorden.
De onderwerpen waar Marcel over geschreven heeft, want hij is ook een fervent schrijver, het zijn er ontiegelijk veel: volksdevotie, kapelletjes, vliegers maken, ijskelders, straatzangers, streekgerechten, de vlasteelt, de haarsnijderijen,… Ik kan zo uren doorgaan. Ik denk dat het eenvoudiger is om alles op te noemen waar hij nog niet over heeft geschreven. Marcel probeert onderwerpen uit te kiezen om over te schrijven waar iedereen iets aan heeft. Dit is zo typerend voor Marcel, die altijd, op elk ogenblik, mens onder de mensen is.
Toen Marcel en ik aan zijn eettafel praatten over vanalles en nog wat hadden we het ook over zijn professionele carrière. Hij was voorbestemd om in de textielfabriek te gaan werken, maar tekende uiteindelijk bij in het leger en bouwde een militaire carrière uit. Eerlijk: als er één ding was dat ik nooit in Marcel zou gezien hebben, dan was het een militair. Zijn aard is zacht en gezellig, niemand gaat me dat tegenspreken. Helemaal anders dus dan de karikaturen die we ons bij het leger voorstellen.
Marcel gaf er les techniek aan de genieschool van Jambes, ook in Haasdonk en Westakkers en daar kwam hij in contact met miliciens uit Bachten de Kupe, Wervik of de Maaskant. Daar zat de kiem voor zijn interesse in het dialect. Hij begon dialectwoorden op te schrijven, verzamelde ze zoals iemand anders sigarenbandjes of postzegels. Een goedkope hobby, bestempelde hij het zelf. Al werd het wel iets meer dan een hobby: het standaardwerk, het prachtige Lokers dialectwoordenboek, dat Marcel samenstelde, hebben we dus in zekere mate aan l’ Armée Belge te danken. Maar toch vooral aan Marcel, laat dat duidelijk zijn.
Marcel, het is al aangehaald, was uiteraard ook actief in het museum en als stadsgids. Hij beleefde als gids, bij wijze van spreken, meer deugd aan de rondleidingen dan de mensen zelf. Hij gaf zich helemaal tijdens die rondleidingen. Als hij thuiskwam was hij – naar eigen zeggen - op. Gidsen met hart en ziel vergt energie. Het geheim van een goede gidsbeurt is eenvoudig voor Marcel: je moest je kunnen aanpassen aan het publiek of dat nu een derde kleuterklas was of een architectenvereniging.
Alweer: Marcel, mens onder de mensen. Marcel die opgetogen is als mensen plezier beleven aan hetgeen hij vertelt of schrijft.
Met alles wat Marcel op heemkundig en toeristisch vlak betekend heeft voor Lokeren zou je haast nog vergeten dat hij ook nog huisvader was. Maar ook dat deed hij vol overgave en met het nodige perfectionisme.
Beste Marcel,
Je bent nu vier maal twintig. Het beste moet nog komen, zeggen ze dan.
Ik hoop je nog heel vaak tegen het lijf te lopen. Ik wens je nog heel veel plezier met alles wat jou boeit, met het mens onder de mensen zijn.
Bedankt voor alles wat je Lokeren hebt gegeven !
Foto Freddy Meert
Wij kennen Marcel Pieters allemaal. Onze moedertaal, het Nederlands, kent geen woord om aan te duiden wat er precies gebeurt als Marcel over Lokeren begint te praten. ‘Spraakwaterval’ komt een beetje in de buurt, maar het is veel meer dan dat.
Marcel kent Lokeren en zijn geschiedenis zo goed dat hij er uren over kan doorvertellen. Met een zichtbaar genoegen. Niet zomaar met wat holle woorden, nee, hij doorspekt zijn verhaal met anekdotes, namen, jaartallen, citaten, en zo nodig cijfers. En dat allemaal uit het blote hoofd. De weinige details die hem ontschieten, weet hij dan snel terug te vinden. ‘In die kast, ergens op de tweede plank’, zegt hij dan. Hij blijft er plezier in hebben. Marcel is de wandelende encyclopedie van Lokeren.
Ikzelf heb Marcel natuurlijk al vaak ontmoet, ook al enkele keren met hem kunnen babbelen. Een tweetal jaar geleden hebben we eens de tijd genomen om samen, bij jou thuis, hé Marcel - het was naar aanleiding van ons intervieuwboekje met de Verdienstelijke Lokeraars -, de tijd genomen om samen aan de tafel te gaan zitten en honderduit over onze prachtige stad te praten. Ik herinner me de gastvrijheid en de bezorgdheid van jou en jouw echtgenote. De koffie was zeker niet te flauw, de taart was lekker, en het was supergezellig.
‘Alles aan Lokeren interesseert mij !’ was de titel van dat interview.
Het zijn niet voor niets Marcels eigen woorden.
De onderwerpen waar Marcel over geschreven heeft, want hij is ook een fervent schrijver, het zijn er ontiegelijk veel: volksdevotie, kapelletjes, vliegers maken, ijskelders, straatzangers, streekgerechten, de vlasteelt, de haarsnijderijen,… Ik kan zo uren doorgaan. Ik denk dat het eenvoudiger is om alles op te noemen waar hij nog niet over heeft geschreven. Marcel probeert onderwerpen uit te kiezen om over te schrijven waar iedereen iets aan heeft. Dit is zo typerend voor Marcel, die altijd, op elk ogenblik, mens onder de mensen is.
Toen Marcel en ik aan zijn eettafel praatten over vanalles en nog wat hadden we het ook over zijn professionele carrière. Hij was voorbestemd om in de textielfabriek te gaan werken, maar tekende uiteindelijk bij in het leger en bouwde een militaire carrière uit. Eerlijk: als er één ding was dat ik nooit in Marcel zou gezien hebben, dan was het een militair. Zijn aard is zacht en gezellig, niemand gaat me dat tegenspreken. Helemaal anders dus dan de karikaturen die we ons bij het leger voorstellen.
Marcel gaf er les techniek aan de genieschool van Jambes, ook in Haasdonk en Westakkers en daar kwam hij in contact met miliciens uit Bachten de Kupe, Wervik of de Maaskant. Daar zat de kiem voor zijn interesse in het dialect. Hij begon dialectwoorden op te schrijven, verzamelde ze zoals iemand anders sigarenbandjes of postzegels. Een goedkope hobby, bestempelde hij het zelf. Al werd het wel iets meer dan een hobby: het standaardwerk, het prachtige Lokers dialectwoordenboek, dat Marcel samenstelde, hebben we dus in zekere mate aan l’ Armée Belge te danken. Maar toch vooral aan Marcel, laat dat duidelijk zijn.
Marcel, het is al aangehaald, was uiteraard ook actief in het museum en als stadsgids. Hij beleefde als gids, bij wijze van spreken, meer deugd aan de rondleidingen dan de mensen zelf. Hij gaf zich helemaal tijdens die rondleidingen. Als hij thuiskwam was hij – naar eigen zeggen - op. Gidsen met hart en ziel vergt energie. Het geheim van een goede gidsbeurt is eenvoudig voor Marcel: je moest je kunnen aanpassen aan het publiek of dat nu een derde kleuterklas was of een architectenvereniging.
Alweer: Marcel, mens onder de mensen. Marcel die opgetogen is als mensen plezier beleven aan hetgeen hij vertelt of schrijft.
Met alles wat Marcel op heemkundig en toeristisch vlak betekend heeft voor Lokeren zou je haast nog vergeten dat hij ook nog huisvader was. Maar ook dat deed hij vol overgave en met het nodige perfectionisme.
Beste Marcel,
Je bent nu vier maal twintig. Het beste moet nog komen, zeggen ze dan.
Ik hoop je nog heel vaak tegen het lijf te lopen. Ik wens je nog heel veel plezier met alles wat jou boeit, met het mens onder de mensen zijn.
Bedankt voor alles wat je Lokeren hebt gegeven !
Foto Freddy Meert
dinsdag 2 oktober 2012
Opinie: 'Voorbij de stenen kijken'
Woord en wederwoord vieren hoogtij in deze verkiezingstijden. Zo hoort het ook: op straat, in de cafés, in jeugdhuizen, in de huiskamers, op radio en televisie. Dit zijn ook de eerste echte sociale media-verkiezingen. Zelden zo veel meningen, of op zijn minst variaties op een thema, geventileerd gezien als de voorbije weken op Facebook, Twitter en fora van nieuwssites.
In de mate van het mogelijke probeer ik op Lokerse kwesties te antwoorden. Op één hardnekkig tegenargument wil ik in dit blogbericht even dieper ingaan. ‘Er werd de voorbije zes jaar vooral in stenen geïnvesteerd en niet in mensen’, hoor en lees ik regelmatig als kritiek op het beleid dat Open Vld en ikzelf voerden.
‘Kijk voorbij de stenen’, zou ik zeggen.
Als je bij een harde noot enkel naar de houtachtige buitenkant kijkt, naar de dop, zie je niet dat er vruchtvlees in zit. Dat is exact wat de gebruikers van het ‘investeren in stenen’-argument doen. Zij kijken naar kasseien, asfalt, cement en ‘poutrels’.
Ik licht dit even toe.
In abstractie is de vernieuwde markt een hoop kasseien, maar het is veel meer dan dat: het is een ontmoetingsplaats geworden, met plaats voor terrassen, kunst, menselijk contact rond de fontein, rond de Durme. Met een lange bank om ’s middags in groep en in de zon je boterhammetjes op te eten,… Meer nog: een plaats met gratis wifi (dat momenteel niet beschikbaar is, maar er wordt aan gewerkt) waar je zelfs online je contacten kan onderhouden. Netwerken heet dat tegenwoordig.
Het nieuwe Sport- en jeugdcomplex is in essentie een stenen doos. De bedoeling ervan is uiteraard dat onze jeugd en onze sportievelingen er elkaar ontmoeten: er samen sporten en nadien een pint drinken in de cafetaria, er samen fuiven, er samen allerlei activiteiten bedenken, er het grondrecht op ‘vereniging’ waarmaken, contacten leggen…
Hetzelfde geldt voor de academie. Samen musiceren, toneel spelen, tekenen, schilderen,… het zijn die dingen die voor sociaal comfort zorgen in een gemeenschap. Kunnen we daar tegen zijn ? Ik dacht het niet. Onze jeugd laten fuiven en samen musiceren, catalogeren we dat onder prestigeprojecten ? Nee, ik dacht het niet.
Investeren in stenen, het is broodnodig. Een verwaarloosde stad zorgt voor wrevel, criminaliteit, en een onveiligheidsgevoel. Het omgekeerde is ook waar: een propere stad geeft een warme uitstraling, zorgt voor een goed gevoel. In Stadsmonitor 2011 lees ik het volgende: ‘Ook niet-criminele oorzaken zoals verkeersveiligheid en netheid op het openbaar domein spelen een niet aanzienlijke rol bij de subjectieve veiligheidsbeleving van de mensen.’
Of misschien moet ik even het Steunpunt Straten citeren. ‘De publieke ruimte is de belangrijkste hefboom om de sociale cohesie in een buurt te verhogen. Een goed ingericht openbaar domein is een fysiek bindmiddel in de bebouwde omgeving.’
Besluiten doe ik misschien met enkele zinnen van de Vlaamse Bouwmeester in zijn beleidsplan (2009-2014). ‘Het geïntegreerde architectuurproject blijkt vaak een geschikt instrument om cruciale thema’s in een samenleving omvattend en duurzaam aan te pakken. Wie van verzorgingstehuizen een thuis wil maken, wie van steden groenere ruimtes wil maken, wie van musea en theaters ontmoetingsplaatsen wil maken, wie van infrastructuurwerken ook een landschap wil maken, kan niet om architectuur en ruimtelijke planning heen. (…) Even belangrijk is de capaciteit van architectuur en ruimtelijke planning om levenskwaliteit, welzijn en welbehagen van bewoners en gebruikers te verhogen. (…) De impact van architectuur op het sociale leven is nauwelijks te meten, maar architectuur kan wel de ruimtelijke voorwaarden scheppen voor ontmoetingen op alle niveaus.’
En uiteraard, dit wil ik nog even meegeven, wordt er ook rechtstreeks in mensen geïnvesteerd. Wie even de moeite neemt om binnen te lopen in het Sociaal Huis of de Dienst Integrale Veiligheid zal vlug merken dat dit geen holle woorden zijn.
In de mate van het mogelijke probeer ik op Lokerse kwesties te antwoorden. Op één hardnekkig tegenargument wil ik in dit blogbericht even dieper ingaan. ‘Er werd de voorbije zes jaar vooral in stenen geïnvesteerd en niet in mensen’, hoor en lees ik regelmatig als kritiek op het beleid dat Open Vld en ikzelf voerden.
‘Kijk voorbij de stenen’, zou ik zeggen.
Als je bij een harde noot enkel naar de houtachtige buitenkant kijkt, naar de dop, zie je niet dat er vruchtvlees in zit. Dat is exact wat de gebruikers van het ‘investeren in stenen’-argument doen. Zij kijken naar kasseien, asfalt, cement en ‘poutrels’.
Ik licht dit even toe.
In abstractie is de vernieuwde markt een hoop kasseien, maar het is veel meer dan dat: het is een ontmoetingsplaats geworden, met plaats voor terrassen, kunst, menselijk contact rond de fontein, rond de Durme. Met een lange bank om ’s middags in groep en in de zon je boterhammetjes op te eten,… Meer nog: een plaats met gratis wifi (dat momenteel niet beschikbaar is, maar er wordt aan gewerkt) waar je zelfs online je contacten kan onderhouden. Netwerken heet dat tegenwoordig.
Het nieuwe Sport- en jeugdcomplex is in essentie een stenen doos. De bedoeling ervan is uiteraard dat onze jeugd en onze sportievelingen er elkaar ontmoeten: er samen sporten en nadien een pint drinken in de cafetaria, er samen fuiven, er samen allerlei activiteiten bedenken, er het grondrecht op ‘vereniging’ waarmaken, contacten leggen…
Hetzelfde geldt voor de academie. Samen musiceren, toneel spelen, tekenen, schilderen,… het zijn die dingen die voor sociaal comfort zorgen in een gemeenschap. Kunnen we daar tegen zijn ? Ik dacht het niet. Onze jeugd laten fuiven en samen musiceren, catalogeren we dat onder prestigeprojecten ? Nee, ik dacht het niet.
Investeren in stenen, het is broodnodig. Een verwaarloosde stad zorgt voor wrevel, criminaliteit, en een onveiligheidsgevoel. Het omgekeerde is ook waar: een propere stad geeft een warme uitstraling, zorgt voor een goed gevoel. In Stadsmonitor 2011 lees ik het volgende: ‘Ook niet-criminele oorzaken zoals verkeersveiligheid en netheid op het openbaar domein spelen een niet aanzienlijke rol bij de subjectieve veiligheidsbeleving van de mensen.’
Of misschien moet ik even het Steunpunt Straten citeren. ‘De publieke ruimte is de belangrijkste hefboom om de sociale cohesie in een buurt te verhogen. Een goed ingericht openbaar domein is een fysiek bindmiddel in de bebouwde omgeving.’
Besluiten doe ik misschien met enkele zinnen van de Vlaamse Bouwmeester in zijn beleidsplan (2009-2014). ‘Het geïntegreerde architectuurproject blijkt vaak een geschikt instrument om cruciale thema’s in een samenleving omvattend en duurzaam aan te pakken. Wie van verzorgingstehuizen een thuis wil maken, wie van steden groenere ruimtes wil maken, wie van musea en theaters ontmoetingsplaatsen wil maken, wie van infrastructuurwerken ook een landschap wil maken, kan niet om architectuur en ruimtelijke planning heen. (…) Even belangrijk is de capaciteit van architectuur en ruimtelijke planning om levenskwaliteit, welzijn en welbehagen van bewoners en gebruikers te verhogen. (…) De impact van architectuur op het sociale leven is nauwelijks te meten, maar architectuur kan wel de ruimtelijke voorwaarden scheppen voor ontmoetingen op alle niveaus.’
En uiteraard, dit wil ik nog even meegeven, wordt er ook rechtstreeks in mensen geïnvesteerd. Wie even de moeite neemt om binnen te lopen in het Sociaal Huis of de Dienst Integrale Veiligheid zal vlug merken dat dit geen holle woorden zijn.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
