De Tour de France maakt zich op voor de laatste dagen. De renners hebben zich in het zweet gefietst op de zwaarste cols, in vlakke etappes, tijdritten en groepstijdritten. Parijs en de Champs Elysées komen stilaan in het verschiet.
Wat heeft dat met 21 juli te maken, met onze nationale feestdag, hoor ik u denken ?
Wel, wat er zich momenteel in België afspeelt op het politieke vlak heeft veel weg van de Tour de France. Of van eender welke meerdaagse rittenkoers, zo je wil. De Belgische politiek rijdt zijn eigen Tour de Belgique, maar een tour de force kan je het nauwelijks nog noemen.
We hebben enkele kopmannen, dat is duidelijk. Maar ze gunnen elkaar geen enkele ritwinst. Of ze nu Elio di Rupo of Bart De Wever heten, ze trekken allemaal de trui van Philippe Gilbert aan. Die van de enige ware kopman. En ondertussen volgt het peloton, twijfelend,…
‘Ja, maar,’ klinkt het bij de achtervolgers. Demarreren we of niet ? Er wordt nerveus opzij gekeken. Wat doet die ploeg (vervang het woordje ploeg gerust door partij), en wat doet die ? Er wordt gesurplacet af en toe. Of men haakt zijn karretje vast aan dat van een andere ploeg. Wieltjeszuigerij bestaat ook in de politiek. Joop Zoetemelk maakt school in de Wetstraat uit schrik voor electorale neveneffecten, uit schrik voor een eventuele nederlaag moesten er nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven, want misschien wordt de impasse dan wel totaal.
Hoewel, er zit al maanden geen beweging in de koers. Opgevers heb ik tot mijn verbazing nog niet opgemerkt. Nog niemand die de handdoek in de ring gooide. Maar af en toe belandt er wel iemand zoals John Hoogerland in de prikkeldraad. En ondertussen zit koning Albert in de depannagewagen en kijkt in zijn gereedschapskist welk instrument, welk werktuig, wel zou kunnen baten.
Vandaag, beste aanwezigen, beleven we de 403de dag zonder regering, het is niet niks.
We zijn een complex land, met drie gemeenschappen, een handvol regeringen, heel wat ministers, en een heleboel afzonderlijk en tot op zekere hoogte samenwerkende administraties. Het is een wonder dat dit land, en ik bedoel dit zeker niet denigrerend, het sinds zijn onafhankelijkheid al 181 jaar uitzingt.
Deze crisis is zeker niet de eerste. België trotseerde twee wereldoorlogen, met in de nasleep van die tweede oorlog, de koningskwestie. Na die tweede wereldoorlog werden ook de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië scherper gesteld. Verder kenden we de kwestie Leuven Vlaams, enkele muntsaneringen,… Er kwam een eerste staatshervorming in 1970, een tweede in 1980, onder een inwoner van onze stad, overigens, de heer Wilfried Martens. Hij had er toen wel drie regeringen voor nodig. Dat kon je nauwelijks nog een ploegentijdrit noemen, het was een estafette. Eind jaren ’80 volgt een derde staatshervorming, in 1993 volgden de Sint-Michielsakkoorden die van België een volwaardige federale staat maakten. De Lambermontakkoorden, met bijkomende bevoegdheden voor de gewesten, in het begin van deze eeuw sluiten het rijtje.
Het is duidelijk: dit land is een overlever, een kat met negen levens.
En sinds de tweede wereldoorlog loopt het niet over rozen, met dit land. Dat is duidelijk. Maar steeds werden er constructieve oplossingen gevonden, kwamen er geweldloze compromissen tot stand. We onderscheiden ons van landen uit onze onmiddellijke omgeving zoals Joegoslavië, nu opnieuw brandend actueel met het proces tegen Mladic in Den Haag, omdat het bij ons steeds geweldloos en zonder bloedvergieten is verlopen.
Hoe het verder moet met dit land, op korte, middellange of lange termijn , weet ik niet.
Gelukkig.
Het volk heeft hier, in België, sinds 1830, of u dat gelooft of niet, het laatste woord. Eigenlijk pas sinds 1921 want sindsdien mochten ook de vrouwen gaan stemmen. Ons stemgedrag beloont de politici waarvoor het heeft gestemd of het straft hen af. Het recht om te mogen stemmen, bij ons de plicht, is een burgerdaad die we moeten koesteren.
Maar, zoals ik zei, welke weg ons land te wachten staat weet ik niet. Uiteraard heb ik daar mijn idee over. Maar ik ben niet aan zet. Ik denk dat we een eind ver zouden komen met het gezond verstand, een dosis realiteitszin en compromisbereidheid. Het moet mogelijk zijn dat Philippe Gilbert, om nog even in koerstermen te spreken, de ritwinst laat aan Andre Greipel , en omgekeerd, als daarmee het team – was het niet Greipel die zei ‘Dit is geen team !’ -, en de ploeg die ons land mogelijk zal besturen daarmee gediend is.
Beste aanwezigen,
Volgend jaar staan we hier opnieuw, dat is zeker.
En… dan staan we wel een stap verder. Het algemeen belang, dat van de Vlamingen, de Walen, de Brusselaars, de Duitstaligen, en de precaire evenwichten daartussen, kortom tussen de Belgen, moeten we steeds in het achterhoofd houden in de verwezenlijking van die volgende stap. Dat zijn we aan onze gemeenschappelijke geschiedenis verplicht.
Ik wens u allen een hoopvolle nationale feestdag toe !
Filip Anthuenis
0 reacties:
Een reactie plaatsen